• "Hans maakt heerlijke cappuccino"
  • "Mitchel verzorgt de cake"
  • "Sporten heeft Stephanie sterk gemaakt"
  • "Dave ontspant met DARTEN"
  • "Jos wil leren zelfstandig te zijn"
  • "Loes houdt van creatief bezig zijn"
  • "Jasper doet de bestellingen"
  • "We zien Ricardo met stappen vooruit gaan"
  • "Arjan houdt van klussen"
  • "Ralf doet graag de kassa"
  • "Annet werkt als haar zoontje op de kinderopvang is"